Contact

Schijndels landschap

Het buitengebied van Schijndel laat grote landschappelijke verschillen zien. Richting Heeswijk ligt het Wijboschbroek, een natuurgebied met loof- en naaldhoutbossen, extensief beheerde graslanden, populierweiden, grienden en singels. Grenzend aan dit bosgebied ligt de Smaldonk, een open natuurontwikkelingsgebied met weilanden, akkers, griend, poelen en bosjes.
De noord- en westzijde, richting St. Michielsgestel laat een cultuurhistorisch zeer waardevol agrarisch landschap met een streepjesverkaveling zien. Een patroon met een ontstaansgeschiedenis van 400 jaar. Smalle akkers, afgewisseld met bosjes en struwelen, zandpaden en rijen knotwilgen als kavelgrens-beplantingen.
De andere kant van Schijndel is een open agrarisch landschap van jonge heide-ontginningen, de Vlagheide en de Rooise heide met restanten van stuifduinen richting Eerde.
Het Elderbroekbos, richting Boxtel is een mooi voorbeeld van een stapsteen tussen de twee grote natuurgebieden Wijboschbroek en Geelders.

Schijndel ligt op een dekzandrug midden tussen de beekdalen van de Aa en Dommel. De as van deze dekzandrug heeft een noordwest-zuidoost oriëntatie. Door de werking van de wind werden in het zuid-oostelijk deel van Schijndel stuifduinen gevormd (Vlagheide). De hoger gelegen plaatsen, donken genoemd, (Smaldonk), vormden de meest geschikte woonplekken. De natte beemden werden gebruikt voor het vee en het hooi. De hoger gelegen zandgronden werden gebruikt voor beweiding door schapen. Samen met de heideplaggen leverde dit de mest voor de akkers (potstalsysteem). De ‘opgehoogde’ akkers zien we nu nog in het landschap terug als bolakkers (Venushoek, Borne, Lieseind, Nonnenbos).
De lager gelegen lemige gronden leverden leem voor de steenfabrieken (Leemputten), deze werden gebruikt voor de griendcultuur of geschikt gemaakt voor productiebossen.
In het landschap en de plaatsaanduidingen vinden we nog talrijke patronen en verwijzingen terug van de ontwikkelingsgeschiedenis.