Contact

Wijboschbroek

Het Wijboschbroek was vroeger een gebied van moerasbossen. Na de grootschalige ontbossingen werd het in de 19e eeuw voornamelijk cultuurgrond met op de lagere, natte delen de beemden. De Steeg en Lobbenhoef werden tussen 1850 en 1900 als eerste bebost. Begin 20e eeuw was het gehele gebied weer een bos. Voor die bosontwikkeling was het wel nodig om verhoogde grondrichels oftewel rabatten op te werpen.

De bodem van het Wijboschbroek is voedselrijk, lemig en nat. Voor de aanplant werd vooral de in 1780 in Nederland ingevoerde populier gebruikt. De bossen werden boerenbossen genoemd. Het ging immers om aanplant voor klompen-en zaaghout. De hakhout- en griend arealen leverden het geriefhout, onder andere voor de mandenvlechters, kuipers en bakkers.

Na 1945 zijn naaldhoutsoorten, zoals Fijnspar, Douglas, Lariks en Grove Den in het gebied aangeplant. Het beheer van de bossen heeft ervoor gezorgd dat de monotonie op veel plaatsen is doorbroken. Soorten die we veel zien zijn Vogelkers, Els en Hazelaar.
De flora is zeer bijzonder. Dit hangt samen met de voedselrijke, lemige bodem en de hoge waterstand. In het voorjaar bloeien de Bosanemoon en Slanke Sleutelbloem hier massaal. Maar ook zeldzamere soorten als de Eenbes en de Zwarte Rapunzel zijn hier te bewonderen.
Later in het jaar is het vooral de hop die massaal de aandacht trekt. Schijndel heeft vroeger een rijke hopcultuur gekend.
Door de gevarieerdheid in begroeiing is het een zeer vogelrijk gebied. De Nachtegaal, Wielewaal, Rietzanger, maar ook roofvogels als de Sperwer, Havik en Buizerd komen hier voor.
En dan zijn er nog de Bunzing, Hermelijn en Wezel. Aan de rand van het bos zijn vaak reeën te zien.
Door de poelen en sloten komen de Gewone pad, de Bruine- en Groene kikker, de Kleine watersalamander en de Kamsalamander hier veel voor.